Balpositie

T-station voor balpositie

Balpositie te ver naar achteren

Zet per club een vaste, zichtbare balpositie neer en oefen het wisselen ertussen.

Herken je dit?

  • Ballen die naar rechts vertrekken en daar ook blijven.
  • Dunne slagen: de bal schiet laag en hard weg, veel lager dan je van die club gewend bent.
  • Afgewisseld met topjes en dikke slagen — het contact voelt onvoorspelbaar.
  • Met de driver: hoge, korte ballen die je van de bovenkant van de club slaat, vaak met een streep op de kroon.
  • Het gevoel dat je met je handen ver vóór de bal staat en er steil op moet inhakken.

Waarom het gebeurt

Een bal verder naar achteren zet aan tot een neerwaartse slag. Bij een ijzer wil je dat, maar overdrijf je het, dan ligt de bal zo ver achter je laagste punt dat je hem raakt terwijl de club nog stevig omlaag gaat; een laagste punt vóór de bal geeft een dunne slag. Daar horen ook topjes, dikke slagen en missers naar rechts bij. Bij de driver werkt diezelfde neerwaartse slag rechtstreeks tegen je en krijg je geskyde drives. De richtingsfout is de spiegel van een te voorwaartse bal: in de meting bij elf professionals draaiden schouders en clubblad mee met de bal, dus schoof de bal van de doelkant af, dan sloten de schouders, richtte het blad mee, verschoof het gewicht naar de achterste voet en werd het pad bij impact meer van binnen naar buiten — precies de combinatie die de bal naar rechts stuurt.

Wat de oefening corrigeert

De haakse stick maakt je balpositie zichtbaar en herhaalbaar in plaats van iets wat je per slag opnieuw schat, en dwingt je hem bewust te verzetten als je van club wisselt.

Wat je nodig hebt

  • Twee alignment sticks, of twee clubs die je op de grond mag leggen
  • Je wedge, een middenijzer en je driver
  • Ballen

makkelijk

Zo doe je hem

Stap 1: Stick 1 langs je tenen

Leg stick 1 langs je tenenlijn, gericht iets links van het doel — dus evenwijdig aan de doellijn, niet erop.

Stap 1: Stick 1 langs je tenen

Stap 2: Stick 2 er haaks op

Leg stick 2 er haaks op, wijzend naar de bal. Die stick markeert je balpositie in de stance en verschuift alleen als je van club wisselt.

Stap 2: Stick 2 er haaks op

Stap 3: Zet de stick per club

Wedge midden in de stance, middenijzer een fractie vóór het midden, driver net binnen de hiel van je voorste voet. Sla vijf ballen per club en leg elke bal exact tegen stick 2.

Stap 3: Zet de stick per club

Stap 4: Controleer de divot

Kijk na elke slag naar de grond vóór de bal: bij de ijzers hoort de divot aan de doelzijde van stick 2 te beginnen.

Stap 4: Controleer de divot

Hoe vaak

5 ballen per club, 3 clubs, 2 ronden

Vijf ballen is genoeg om een balpositie te leren voelen zonder eindeloos met dezelfde club door te slaan; twee ronden zorgt dat je het wisselen van balpositie zelf oefent, want dat wisselen is de eigenlijke vaardigheid.

Bronnen

Is dit jouw werkpunt?

Caddium meet het in je eigen swingvideo — je eerste analyse is gratis.

Start gratis

Alle oefeningen