Putten
Putten op drie afstanden
Afstandscontrole bij het putten
Bouw gevoel voor lengte op door steeds van afstand te wisselen, met een tolerantie van een tiende van de putlengte als ijkpunt.
Herken je dit?
- Vanaf lange afstand blijf je structureel meters te kort, of je jaagt de bal ver voorbij de hole.
- Je three-putt regelmatig, terwijl de eerste putt wel de goede richting op ging.
- Je hebt geen idee hoe groot je terugswing moet zijn voor een bepaalde afstand; je gokt elke keer opnieuw.
- Je versnelt of remt af vlak voor de bal om de afstand alsnog te corrigeren.
Waarom het gebeurt
Dave Pelz wijst als oorzaak van zwakke afstandscontrole aan dat spelers te veel aan techniek denken en te weinig aan gevoel: ze zijn afgeleid door losse bewegingsonderdelen in plaats van dat ze gevoel voor de beweging ontwikkelen. Joey Wuertemberger legt de sleutel bij een meetbare beweging in plaats van gokwerk: hij noemt snelheidscontrole de belangrijkste factor in het terugbrengen van je three-putt-percentage, en werkt met een vaste verhouding tussen swinglengte en afstand, ongeveer vier centimeter extra beweging (heen en terug) per drie meter extra putlengte, waarbij de doorswing even lang is als de terugswing. Piers Ward werkt aan hetzelfde met een spelvorm waarin niet alleen het hole-en telt, maar ook waar de bal stilligt als je mist: binnen een smalle zone achter de hole is goed genoeg, te kort of te ver is fout.
Wat de oefening corrigeert
Door drie ballen per afstand te slaan helpt een toevalstreffer je niet door de oefening heen, en door de afstanden af te wisselen in plaats van tien keer dezelfde putt te slaan moet je elke keer opnieuw op gevoel inschatten. Dat gevoel is precies het stuk dat Pelz als ontbrekend aanwijst. De tolerantie van een tiende van de afstand maakt de uitkomst meetbaar in plaats van een indruk.
Wat je nodig hebt
- Een oefengreen met genoeg lengte
- Drie ballen
- Tees of muntjes om afstanden mee te markeren
gemiddeld
Zo doe je hem
Stap 1: Markeer drie startpunten
Markeer drie startpunten op ongeveer 12, 15 en 18 meter van de hole. Je tolerantie is steeds een tiende van de afstand: vanaf 12 meter moet de bal binnen 1,2 meter stilliggen, vanaf 15 meter binnen 1,5 meter, vanaf 18 meter binnen 1,8 meter.
Stap 2: Sla negen putts en noteer ze
Putt drie ballen vanaf 12 meter, dan drie vanaf 18 meter, dan drie vanaf 15 meter. Noteer per bal of hij binnen de tolerantie bleef.
Stap 3: Herhaal de reeks nog twee keer
Loop dezelfde reeks van negen putts nog twee keer af, zodat je op 27 putts uitkomt. Blijf de afstanden afwisselen in de volgorde 12, 18, 15 meter.
Stap 4: Sluit af met de test
Drie ballen vanaf 18 meter, en alle drie moeten binnen 1,8 meter blijven. Lukt dat niet, dan is de sessie nog niet af.
Hoe vaak
27 putts (drie keer de reeks van negen) plus een afsluitende test van 3 putts vanaf 18 meter
Zo zet Pelz de oefening zelf op: 27 putts en een test van 3. Drie ballen per afstand betekent dat een toevalstreffer je niet door de oefening heen helpt; door de afstanden af te wisselen in plaats van tien keer dezelfde putt te slaan, moet je elke keer opnieuw op gevoel inschatten, en dat gevoel is precies wat Pelz als het ontbrekende stuk aanwijst.
Bronnen
- Short-game guru's system to improve distance control - and stop 3-putting (Dave Pelz)
- This speed-control drill will help you cut down on 3-putts (Joey Wuertemberger, GOLF Top 100 Teacher)
- Use the ladder drill to roll putts like a PGA Tour pro (Piers Ward, Me and My Golf)
Is dit jouw werkpunt?
Caddium meet het in je eigen swingvideo — je eerste analyse is gratis.
Start gratis