Balans

Finish vasthouden op je voorste been

Verlies van balans in de doorswing

Kom elke slag uit op een eindstand die je kunt vasthouden: druk op je voorste voet, borst en gordelgesp naar het doel, achterste voet los van de grond.

Herken je dit?

  • Na de slag moet je een stap zetten om niet om te vallen.
  • Je valt achterover, of juist voorover richting de bal.
  • Je blijft met je gewicht op je achterste voet hangen en komt niet op je voorste voet uit.
  • Het contact is wisselend: de ene slag zuiver, de volgende vet of dun, zonder dat je weet waarom.

Waarom het gebeurt

De eindstand is een diagnose, geen versiering. Kun je de finish niet vasthouden, dan ging de balans ergens eerder in de swing al verloren: in de volgorde van de beweging, in de gewichtsverdeling of in de rotatie. De valrichting wijst de oorzaak aan. Voorover struikelen wijst erop dat de armen de swing overnamen of dat de rompdraaiing bij impact stopte. Achterover vallen wijst erop dat de druk in de neerwaartse zwaai niet naar de voorste voet is verplaatst en je op de achterste voet blijft hangen. Een stap moeten zetten wijst op een gehaast tempo of een verkeerde volgorde. De gewenste eindstand is het ijkpunt: het grootste deel van de druk staat op de voorste voet, de hiel van de achterste voet is licht, en je moet je achterste voet kunnen optillen zonder je balans te verliezen, met heupen en romp volledig doorgedraaid en de gordelgesp naar het doel.

Wat de oefening corrigeert

Door de achterste voet meteen na het raken op te tillen kun je niet meer verbergen dat je druk nog achter zit. Lukt de eindstand, dan klopten de volgorde en de drukverplaatsing; wiebel je, dan weet je dat de fout eerder in de swing zit.

Wat je nodig hebt

  • Een wedge of kort ijzer
  • Een vlakke ondergrond

gemiddeld

Zo doe je hem

Stap 1: Sla op halve kracht

Sla een slag op ongeveer de helft van je normale kracht. IJkpunt: het gaat niet om lengte, alleen om of je de eindstand haalt.

Stap 1: Sla op halve kracht

Stap 2: Til je achterste voet op

Til direct na het raken je achterste voet helemaal van de grond. IJkpunt: dat lukt alleen als je druk al op je voorste voet staat. Blijf je op je achterste been hangen, dan val je meteen.

Stap 2: Til je achterste voet op

Stap 3: Houd de eindstand vast en controleer

Houd die eindstand twee tot drie seconden vast en controleer: druk op de voorste voet, borst en gordelgesp naar het doel, stok uitgekomen bij de voorste schouder. Wiebel je, dan zit de fout eerder in de swing.

Stap 3: Houd de eindstand vast en controleer

Stap 4: Bouw pas daarna op naar volle swings

Kun je drie slagen op rij de eindstand vasthouden, dan pas ga je door naar volledige swings. De eis blijft dezelfde: dezelfde druk op je voorste been, dezelfde vastgehouden finish.

Stap 4: Bouw pas daarna op naar volle swings

Hoe vaak

Drie series van vijf slagen op halve kracht, daarna een serie van vijf volle swings

De vasthoudtijd komt uit de bronnen zelf: Foy noemt drie tot vijf seconden, HackMotion twee tot drie. Het aantal series is een praktische keuze van de onderzoeker, om genoeg herhalingen te krijgen zonder dat vermoeidheid zelf de balans gaat verstoren.

Veiligheid

Doe deze oefening niet op nat gras of een helling, en sla hem over bij enkel-, knie- of heupklachten: je staat bewust op een been vlak na een krachtige beweging.

Bronnen

Is dit jouw werkpunt?

Caddium meet het in je eigen swingvideo — je eerste analyse is gratis.

Start gratis

Alle oefeningen