Kort spel

Draaien om het voorste been

Duffen en toppen bij de chip

Schuif het laagste punt van je chipswing naar voren door je achterste voet uit het spel te halen, zodat de club de grond pas raakt aan de doelkant van de bal.

Herken je dit?

  • De club raakt eerst de grond en de bal ploft een paar meter verderop: een doffe, zware klap in je handen.
  • Of precies het omgekeerde: je raakt de bal halverwege met de onderrand en hij schiet laag over de green heen.
  • Het zijn dezelfde twee missers die elkaar afwisselen, vaak binnen dezelfde ronde.
  • Bij het aanspreken voelt het alsof je achterover leunt en de bal omhoog moet helpen.

Waarom het gebeurt

Beide missers komen uit hetzelfde probleem: het laagste punt van je swing ligt te ver achter de bal. Dan raakt de club eerst de grond (duffen), of hij is bij de bal alweer aan het stijgen en raak je hem met de onderrand (toppen). Waarom dat laagste punt verkeerd ligt, is meestal gewichtsverdeling: verschuift je gewicht te veel naar je achterste voet, dan sla je omhoog in plaats van omlaag. Dezelfde redenering zit achter de twee oefeningen die golf.com beschrijft. Bij de variant van Allen Terrell staan de voeten bijna naar het doel gedraaid, waardoor je niet meer op je achterste voet kunt zakken en je romp wel moet doordraaien; dat schuift het laagste punt naar voren, en die stand beperkt bovendien de lengte van je terugswing, wat helpt als je de neiging hebt af te remmen. Bij de variant van Shauheen Nakjavani zet je de achterste voet op de teen achter de voorste voet, zodat je gewicht wel naar voren moet en je om je voorste been draait.

Wat de oefening corrigeert

Met je achterste voet achter je en zonder gewicht erop kun je niet meer naar achteren zakken. Je bent gedwongen om je voorste been draaien, en dat verplaatst het laagste punt van je swing naar de doelkant van de bal, waar het hoort.

Wat je nodig hebt

  • Je wedge
  • Tien ballen
  • Een stukje kort gemaaid gras bij de oefengreen

gemiddeld

Zo doe je hem

Stap 1: Zet je achterste voet erachter

Ga staan met je voeten heel dicht bij elkaar. Til daarna je achterste voet op en zet hem achter je neer, zonder er gewicht op te zetten. Je staat nu praktisch op je voorste been; verschuiven naar achteren kan niet meer.

Stap 1: Zet je achterste voet erachter

Stap 2: Pitch en draai om je voorste been

Sla vanuit die stand pitches van ongeveer tien meter, waarbij je alleen om je voorste been draait. IJkpunt: je blijft in balans staan en hoeft na de slag geen stap te zetten.

Stap 2: Pitch en draai om je voorste been

Stap 3: Kijk waar de club het gras raakte

Kijk na elke slag waar de club het gras heeft geraakt. Dat plekje hoort voor de bal te liggen, aan de doelkant. Ligt het erachter, dan zit je gewicht nog achter.

Stap 3: Kijk waar de club het gras raakte

Stap 4: Zet je achterste voet weer normaal neer

Zet je achterste voet weer normaal neer en sla dezelfde pitches met het gevoel van stap 2 nog vers: smalle stand, gewicht naar de voorste voet, draaien om dat voorste been.

Stap 4: Zet je achterste voet weer normaal neer

Hoe vaak

Twee series van tien pitches op een been, daarna een serie van tien in normale stand

Tien is genoeg per serie omdat je bij elke slag zichtbare terugkoppeling krijgt van waar de club het gras raakt; je kunt dus meteen bijsturen in plaats van blind te herhalen. Ga pas terug naar de normale stand als acht van de tien grasmarkeringen voor de bal beginnen. Dit is een praktische invulling van de onderzoeker; de bronnen noemen geen aantallen.

Veiligheid

Je staat in stap 1 tot en met 3 vrijwel op een been. Doe dat op een vlak stuk gras en sla de oefening over bij enkel- of knieklachten.

Bronnen

Is dit jouw werkpunt?

Caddium meet het in je eigen swingvideo — je eerste analyse is gratis.

Start gratis

Alle oefeningen