Afstand tot de bal

Arm-hang-check

Te ver of te dicht bij de bal staan

Laat je eigen arm bepalen hoe ver je van de bal af staat, in plaats van een vaste maat in centimeters.

Herken je dit?

  • Sta je te dicht: slagen van de hiel van de club, tot en met de shank waarbij de bal scherp naar rechts wegschiet.
  • Je gewicht zakt naar je hielen en je moet je handen wegduwen om ruimte te maken; soms schuiven je handen op de greep uit elkaar.
  • Minder afstand dan je gewend bent, zonder dat je zachter zwaait.
  • Sta je te ver: slagen van de teen, die kort en dood aanvoelen, en dunne slagen. Je moet naar de bal reiken en je gewicht valt naar je tenen.
  • In beide gevallen: het raakpunt op het blad verschuift van slag tot slag.

Waarom het gebeurt

Waar je handen zich in de ruimte bevinden ten opzichte van de bal bepaalt waar op het blad je raakt. Komt het midden van je handen dichter bij de bal, dan verschuift het patroon naar hiel- en dikke slagen; gaan de handen verder van de bal af, dan naar teen- en dunne slagen. Je uitgangspositie bij het adres telt daarin mee, want die bepaalt waar je vandaan begint. De afstand tot de bal verandert bovendien je hele houding: in een meting bij elf professionals veranderde dichterbij of verder weg leggen veertien van de eenentwintig adresvariabelen. Dichterbij strekken romp, heup, knie en enkel zich, komen de handen zo'n 3 tot 4 cm hoger, wordt de lie angle groter, verschuift de druk naar de hielen, daalt de clubhead speed en wordt de aanvalshoek minder neerwaarts; verder weg gebeurt precies het omgekeerde, met de druk naar de tenen en een hogere clubhead speed. Daarom hangen kniebuiging en balafstand samen: te veel kniebuiging geeft te veel druk door de hielen en shanks, dezelfde uitkomst als te dicht bij de bal staan. Er is geen universele afstand — armlengte, ruglengte en hoe ver je heupen naar achteren zitten spelen allemaal mee, en een vaste maat in centimeters negeert die verschillen.

Wat de oefening corrigeert

De vrij hangende arm is een maat die met jouw lichaam meeschaalt: waar je ontspannen hand uitkomt, hoort de greep te zijn — reiken betekent te ver, naar binnen halen of de handen splitsen betekent te dicht.

Wat je nodig hebt

  • Eén club; voor de eerste stappen heb je geen bal nodig

makkelijk

Zo doe je hem

Stap 1: Neem je normale adreshouding

Ga staan met de club achter de bal, precies zoals je het op de baan zou doen.

Stap 1: Neem je normale adreshouding

Stap 2: Laat je onderste arm hangen

Haal je onderste hand van de greep en laat die arm helemaal los langs je lichaam hangen. Laat hem een paar keer vrij heen en weer zwaaien tot alle spanning eruit is.

Stap 2: Laat je onderste arm hangen

Stap 3: IJkpunt: komt de hand vanzelf uit?

Laat de arm tot stilstand komen en breng hem terug naar de club. Klopt je afstand, dan komt je hand vanzelf op de greep uit. Moet je ernaartoe reiken, dan sta je te ver weg. Moet je je hand naar binnen halen of je handen op de greep splitsen, dan sta je te dicht.

Stap 3: IJkpunt: komt de hand vanzelf uit?

Stap 4: Stel bij, en doe het per club

Verplaats je voeten een klein stukje naar of van de bal toe en herhaal, tot de hand vanzelf op de greep uitkomt. Doe dit apart voor je wedge, je middenijzer en je driver, want de clublengte verschilt.

Stap 4: Stel bij, en doe het per club

Hoe vaak

8 controles per club, 3 clubs, daarna 5 gewone slagen per club

Acht is genoeg om de check zelf te automatiseren; de slagen erna zijn de terugkoppeling, want het raakpunt op het blad is de enige echte uitkomstmaat van deze fout.

Bronnen

Is dit jouw werkpunt?

Caddium meet het in je eigen swingvideo — je eerste analyse is gratis.

Start gratis

Alle oefeningen